Laden...Even geduld aub...

Onze nieuwsbrief


Wel of niet een rits?

Er is eigenlijk geen keuze meer! Het is niet de vraag wel of geen rits, maar veel meer waar de rits moet komen en op welke plaats!

De klassiek gemaakte rijlaars moest boven de contrefort een ruimte hebben om met de voet er in repectievelijk er uit te komen (het zgn. "slot" van de laars). Dit heeft een nadeel: zit de voet eenmaal in de laars heeft het ruimte! M.a.w. de voet schuift omhoog. Iemand met een hoge wreef vult de voet gedeelte uit, maar zeker de ruiters met een platte, lage wreef hebben het een stuk moeilijker. De rits brengt hierin een uitkomst. Door het slankere inschot schuift de voet zit nu veel minder in de laars!

Er zijn 3 plaatsen die geschikt zijn voor de rijlaars: de binnen voorkant, de midden voorkant en de rits achter (lopend òf tot aan de hak, òf tot de contrefort). Alle drie de vormen hebben hun eigen karakteristieke kenmerken: de binnen voorkant rits en de midden voorkant rits hebben als voordeel dat het dicht maken van de rits eenvoudiger is en de rits hier minder van te lijden heeft. Ook de achterkant van de schacht (o.a. de balein) blijft behouden. De schacht zakt minder in! De rits aan de achterkant van de schacht - en zeker doorlopend tot de onderkant - maakt de laars veel slanker rondom de enkelpartij. De zgn. "geprononceerde schacht". De schacht is hierdoor soepeler, maar is ook aan de andere kant kwetsbaarder omdat de rits elke keer weer over het dikste gedeelte van de kuit moet worden getrokken.