1. Schachthoogte (staand meten) Aan de buitenzijde van het been vanaf vloer tot aan de kuitbeenknokkel en aan de achterzijde vanaf de vloer tot in de knieholte meten (bovenkant knokkel - bovenkant knieholte). LET OP! Deze 2 maten moeten gelijk zijn, anders is niet juist gemeten! |
2. Instap (zittend gemeten) Omtrek in de knieholte terhoogte van de onderbeenknokkel meten (bovenkant knokkel - bovenkantknieholte). LET OP! Beide benen moeten rechthoekig en ontspannen naast elkaar worden neergezet. |
3. Kuitomtrek (zittend meten) Meet de dikste omtrek van de kuit - centimeter niet te strak trekken! LET OP! Beide benen moeten rechthoekig en ontspannen naast elkaar worden neergezet. |
4. Bovenenkel 5. Enkel Bij laarzen die nauw om de enkel sluiten moet ook de bovenenkel (10cm boven de enkel. LET OP! Smalste deel van de enkel, boven de knokkel meten. |
6. Hiel Staand meten. De 3 omtrekmaten - zoals op de foto's en schets aangegeven - met niet te strak aangelegd meetlint opnemen.(kijk of de verkregen maten overeenkomen met een standaardlaars of dat het nodig is de laarzen op maat te maken.) |
7. wreefStaand meten. De 3 omtrekmaten - zoals op de foto's en schets aangegeven - met niet te strak aangelegd meetlint opnemen.(kijk of de verkregen maten overeenkomen met een standaardlaars of dat het nodig is de laarzen op maat te maken.)
|
8. bal Staand meten. De 3 omtrekmaten - zoals op de foto's en schets aangegeven - met niet te strak aangelegd meetlint opnemen.(kijk of de verkregen maten overeenkomen met een standaardlaars of dat het nodig is de laarzen op maat te maken.) |
9. Voetlengte De voetlengte altijd in cm. op het maatblad aangeven. |